Het verduisteren en het dus absoluut totaal donker zijn op straat bracht ook zijn vermakelijke kanten met zich mee , want het is zo, dat wij als kind niet de ernstige kanten van de oorlog onderkenden natuurlijk. Pas aan het einde van de oorlog drong goed tot ons door (en later nog beter), wat wij eigenlijk hebben meegemaakt in zijn geheel.
Vooral bij het vroege donker zijn in de winters, liepen we altijd met gespreide armen om de objecten te ontwijken, maar de talloze malen, dat èèn van ons werd geraakt door iets, wat binnen die gespreide armen viel, waren niet te tellen en zorgden voor veel hilariteit.
Men kan zich ook echt niet voorstellen, als je de oorlog niet hebt meegemaakt, wat die donkerte inhoudt. Vaak was het beangstigend en eng. Waar ik opeens aan denk , is, dat nimmer aanrandingen of verkrachtingen gebeurden, zo in deze tijd al stelregel wordt, als je je in stikkedonker in een straatje waagt.
Maar ja, toen werden de kinderen en pubers nog niet opgevoed met de pornobeelden , die ze nu te pas en te onpas op TV krijgen te zien en die ze nu te kust en te keur op internet te voorschijn kunnen halen. De pubers in deze tijd zijn zeer vroegrijp geworden en als ze lelijk zijn of niet bij machte meisjes te versieren , dan moeten toch de opgefokte driften eruit en liefst nog zo bizar mogelijk. Daarom ook worden zelfs de zwembaden een niet meer onschuldig terrein en leuke fiets -of looppaadjes in een bos vaak vergeven door--ach ja , laat maar, dat is niet meer terug te draaien.
Op een keer ging ik met mijn ouders naar de Adm. de Ruyterweg.
Er reden geen auto's, alles deed je lopende, dus liepen we hand in hand, want dat moest wel , langs de rails van de Haarlemse tram, (die naar Zandvoort reed altijd) Naast de rails waren er blijkbaar werkzaamheden (tot op heden weet ik nog niet, wat het geweest is), toen ik een ruk aan mijn hand voelde en mijn vader zeer plotseling geheel verdween tot aan zijn nek (nou was hij niet groot) in een immens diepe kuil.
Het is ons, geloof ik wel een kwartier lang, niet mogelijk geweest verder te lopen (zelfs nu nog barst ik in lachen uit bij de gedachte aan deze dolkomische situatie ), zo hebben we geschaterd, alhoewel mijn vader niet zo erg, want hij was met zijn kin op de rand gevallen en bloedde, zo was zijn kin beschadigd, maar dat konden wij niet zien en dus gingen we door tot we echt niet meer konden. Zeer zeer narrig is mijn vader mee doorgelopen daarna.
Ik had het over het bovenstaande , de pubers. Het is nu niet meer te geloven over wat ik nu dan vertel.
Ik had vele vrienden en vriendinnen op straat en op een gegeven moment zeiden de jongens gniffelend, of ik niet zag, dat mijn moeder erg dik aan het worden was . Ja, als ik nadacht was dat inderdaad zo, maar ja, en? Aan de hand hiervan kan ik de ongelovelijkheid van toen de algehele onschuld terughalen, maar dat heeft niet veel met de oorlog te maken, dus. Wel herinner ik me nu, dat mijn moeder een mooie zilverachtige vierkante plat soort koektrommel had, waarin we steeds iets moesten sparen, omdat er dan misschien een kindje zou komen. Op deze koektrommels stonden 2 ooievaars, want ja, de kindjes kwamen van de ooievaar( Nee, nee, niet uit de bloemkool , wat men wel eens zei, want een ooievaar was te aanvaarden, maar bloemkool niet)