Onder geen beding heb ik een hekel aan de duitsers en eigenlijk is dat, omdat ik in normale tijd nooit iets
met ze van doen heb gehad.Toch weiger ik, zonder er bij na te denken om een duitse fim te zien ,
de taal doet haast pijn aan mijn oren. Dus moet ik toch wel de conclusie trekken, dat de oorlog zich
toch heeft genesteld in je en je er onbewust op blijft reageren.
Het eerste jaar was er nog niet veel te merken van de oorlog. Wel begonnen toen geloof ik al de oproepen
om de radio's in te leveren, waaraan maar zeer weinigen gehoor gaven , gezien het aantal mensen,
dat de gehele oorlog door bleef luisteren naar de engelse zender, waarop geregeld de schelle stem van
wilhelmina te horen was.
Daarna ging alles geleidelijk aan op de bon. Meerdere van deze kaarten heb ik nog bewaard.
Ik herinner me, dat we op de hoek van het Mercatorplein een bakker hadden en deze man moet een plaats
in de hemel gekregen hebben.
Ik kan hem me nog voor de geest halen, een kleine man met een bolrond gezicht en een kraakstem.
Toen wij niet veel meer te eten hadden en wekelijks de rekening en alle bonnen van de week moesten
afrekenen "vergat " hij steevast altijd de rits bonnen te vragen, waarop ik naar huis rende de bonnen in mijn
hand geklemd. Toch wel met een naar gevoel, dat je iemand benadeelde, maar de man moet mij altijd glim
lachend hebben nagekeken. Dat wij zo goed de oorlog zijn doorgekomen , is mede absoluut ook door hem gekomen.
Ik bid nooit ,maar anders had ik hem al meer dan 50 jaar in mijn gebeden herdacht.
De scholen gingen veranderen van tijd. Inplaats van de gehele dag, gingen we de ene week van 8-13u naar school
en de week er op dan van 13 tot 18 u.Naderhand werd dat 1 uur minder.
Al vanaf de beginne moesten de mannen zich melden voor, ik meen, dat het arbeits-einzats heette .
Mijn jonge oom guus , de jongste broer van mijn moeder , meldde zich niet, maar werd op straat opgepakt,
probeerde door uit de vrachtauto te springen, nog te vluchten, maar dat is hem niet gelukt.
Wij hoorden niets meer van hem . Zijn zoon werd geboren en deze heeft dus nooit zijn vader gekend.
Mijn oom was net een paar maanden getrouwd . Nog tijdens de oorlog ontving zijn vrouw de trouwring en
nog een paar dingen, met de mededeling ::gestorven in het kamp "Neuengamme".Altijd, als ik naar mijn jongste
broer keek, toen die wat ouder werd, zag ik deze oom. Het was een sprekende gelijkenis, het meest nog in manier
van doen. Later moest ook mijn vader zich melden en werd hij vervoerd naar Duitsland. Hoe hij het voor elkaar
heeft gekregen, weet ik niet, maar na een paar weken was hij weer thuis, hij was gevlucht.
Vòòr dit gebeurde was hij nog snorder, dus illegale taxichauffeur.
Een dik pak papieren hing in de kast van de slaapkamer en daarop noteerde mijn moeder de 'vrachies'..
Mijn moeder werkte toen al voor een groot beddenmagazijn op de Bilderdijkstraat, weet even de naam niet.
Zij naaide de tijken, welke om de matrassen gingen en die staan me nog helder voor de geest.
De gehele dag door zowat moest je de overtrekken omkeren en dat was een heel naar werk.