1964
Soms mild, soms wreed, geeft het leven
waarden, groot en ook wel klein
Allen waard om te beleven.
Allen waard om er te zijn.
"t Mooist, wat leven je kan schenken
is kind, zo teer en fijn.
Zo lief, geen brein kan dat bedenken,
zo groots, als 't mooist festijn .
Mocht moed ooit in de schoenen zinken,
Kijk in de oogjes ,groot en rein
en laat gulzig je bedrinken ,
als aan de klaterendste wijn ,
Mag 't leven ons lang blijven ,
opdat we dragen liefde en last
van al deez' kleine wichten .
Tot volwassen zijn , erop gepast .
Geen dankbaarheid hoeft men verwachten .
Zo immers is het ook wel goed , want
Wie kinderen heeft in het leven ,
heeft het kostbaarst reeds ontmoet .
1964
Kant en klaar, wanneer het aankomt .
Teer en ongerept , Het Kind.
De natuur, edel van vorm, bewaakt
tot aan levensaanschouwing , Het Kind
Vreemd , onbekend , bewegend wezen ,
Toch al zo eigen , Het Kind.
Opwellend , niet tastbaar , onaanvechtbaar
weer binnendringend , Het Kind .
Vastgebeten , steviger dan in de dracht
tot aan eigen levenseinde , Het Kind.
1970
Herfst
Als je ontvreden bent en triest en alles duurt zo lang
is het , of je iets verliest , het maakt je meer dan bang.
Je loopt naar het raam en kijkt, dwarrelend valt weer een blad
Blijkt,bij het volgen van zijn val,het valt op een belopen pad
Daar komt lachend aan een kind,wankel is het nog ter been .
Haartjes,warrelig in de wind,loopt het naar het blaadje heen
Pakt het, stopt het in z'n zak, speelt verstoppertje in een heg.
Zijn vrolijkheid is nog geen vak.Dan is hij uit mijn ogen weg.
Edoch,met dat simpel handgebaar, gedaan door dit hele kleine mens
worden weer al je dromen waar .Vervuld kan worden iedere wens .
Triestheid verdwijnt bij toverslag,angst nu volkomen onbekend
Kleintje, dank voor je gulle lach,ook al weet ik niet wie je bent .