Last update
Dierbaar
Ga nooit heen zonder te groeten
Ga nooit weg zonder een zoen,
want als je het noodlot zou ontmoeten
kan je het nooit meer over doen .
Ga nooit weg zonder iets uit te praten,
dat doet het hart heel pijn,
want wat je 's ochtends achter hebt gelaten ,
kan er 's avonds niet meer zijn .
Door Drims duinachtige dreven drentelde dartel dominee Derksens deugdzame dochter Doortje;
Dit dametje deed dolgaarne deugdzame daden.
Dagelijks drenkte Doortje de dorstige dieren.
Dertien donzige duifjes doorkliefden Drims dreven, doch de dartelende dreumes Dirk, des dagloners Dorus Donker, dreigde driest deze donzige diertjes.
Dit deerde de dierenbeschermende Doortje.
De dartele deern deed daarom den drommelschen dierenkweller door den deftigen diender des dorps dooreenschudden, doch de doortrapte deugniet doorscheurde den donkerblaauwen duffel des dronken dienders, daar deze driemaal daags dronkenmakende dranken doorzwolg.
Dolzinnig doorboorde de degen des driftigen dienaars den doodsbleeken deugniet!..
.
De dorpsdiender duizelde, doorziende deze deerniswekkende, doldriftige daad.
De dorpsschout dagvaardde dadelijk den doemwaardigen doodslager.. doch de diender deserteerde door de diligence, die Drims dorpsweg doorreed.
De dochter des Dominee's Derksen doorleefde dientengevolge danig depressief, donkere dagen.
Doortje doorkruiste daarna dagelijks droomerig de dennenwouden, de dartelheid dervende, daar Dirk Donders dood Doortje drukte.
Dinsdag, den derden December doorsloop de droeve dood de deur des dominee's Derksen, diens desolate deugdzame dochter Doortje doodende.
Dat doet de deur dicht!
door D.de D.
In het gras, dicht bij een plas, waar de visjes lustig zwommen
en de vogels hun lenteliedje zongen ,
,
zaten samen , handje in handje , Antje en Jantje .
Jan zei :"Wat vind ik jou een snoesje"
en vlijde zijn hoofd tegen haar witte blousje .
Ant keek voor zich zonder lach, maar Jan , die dit ook dadelijk zag ,
vroeg :"Heb ik je iets gedaan ,of scheelt er soms wat aan "?
"Nee , dat niet " sprak Ant , "maar ik denk aan later tijden ,
als wij eens van elkander moeten scheiden ".
Jan sprak :"Je maakt het me benauwd , we zijn nog niet eens met elkander getrouwd ".
"Nee ", zei Ant , "Scheiden .......zo scheiden , dat wij elkander op deez' aard nooit wederzien ".
Jan bleef eerst beteuterd staan, maar opeens keek hij Ant weer vrolijk aan en zei met een geleerd gezicht
"Men zegt, dat men op aarde wederkeert .
Natuurlijk in een andere vorm, 't zij in een ezel of een worm , een olifant of een beer ,
maar zo ontmoet je elkander weer ".
"Is dat waar?"vroeg ASnt , nu zonder vrezen , "weet je ,
wat ik dan graag zou willen wezen ?
Zo heel iets fijns , zo heel iets kleins ,dan zou ik een boterbloempje willen zijn ".
" Ja "sprak Jan , "als jij als boterbloempje was herrezen ,
dan zou ik een os willen wezen .
Ik ging naar de wei, waar je stond , zocht net zolang , tot ik je vond .
Dan boog ik mijn kop en vrat je vol liefde op .
Dan zat je in mijn lijfje , mijn wijfje en daar blijf je ".
"Nee " , sprak Ant , "wat er van voren in gaat bij de snuit ,
komt er van achter bij de staart weer uit ."
"Zeg Jan , wat zou je zeggen , als je me daar zo zag leggen "?
"Ik zou zeggen , wel salamanderd , wat is die Ant vreselijk veranderd "
juli 1950
Ik was een zeemansvrouw
Je sprak over je grote reis
met opgewonden vreugde .
Die reis was iets,
waarop jij je reeds lange tijd verheugde .
Je tocht over de oceaan
naar anders werelddelen .
Je sprak erover ,
tot je vaak de anderen ging vervelen.
Ik luisterde toe
en vroeg me af ,of je (n)ooit zou beseffen
hoe pijnlijk deze woorden
mij toch telkens moesten treffen .
Je zal mij maandenlang niet zien ,
maar 't schijnt je niet te raken .
't Interesseert je niet,
hoe ik het zonder jou zal maken .
Een leven zonder mij
kan jij je blijkbaar heel goed denken .
Het onbekende kan je ,
meer dan liefde --vreugde schenken .
Ik had me ingebeeld ,
ik was onmisbaar in je leven ,
maar nu bleek plots,
hoe weinig ik je eigenlijk heb te geven .
Je breekt mijn hart
Dat durf ik je gerust bekennen .
Ik blijf alleen , maar besef ,
dat ik er nooit, nooit aan zal wennen.
Quiero decir y no digo
Y estoy sin decir diciendo
Quiero y no quiero querer
Y estoy sin querer queriendo .
How happy is the little Stone
That rambles in the Road alone,
And doesn't care about Careers
Ans Exigencies never fears -
Whose Coat of elemental Brown
A passing Universe put on ,
And independent as the Sun
Associates or glows alone,
Fulfilling absolute Decree
In casual Simplicity - Emily Dickinson
De tuinman en de dood
Een Perzisch edelman
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in : 'Heer, Heer, èèn ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan ,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!'-
Van middag ( lang reeds was hij heengespoed )
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet .
'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt ,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd ?'
Glimlachend antwoordt hij : 'Geen dreiging was 't ,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan ,
die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.
Op Amstelredam
Aen d'Áemstel en aan 't Y, daer doet sich heerlijck open
Sy die, als Keyserin, de kroon draeght van Europe,
Amstelredam, die 't hooft verheft aan 's hemels as,
En schiet, op Plutoos borst, haar wortels door 't moerasch.
Wat watren worden niet beschaduwt van haar zeilen?
Op welcke marckten gaat zy niet haar waren veilen?
Wat volcken zietse niet beschijnen van de maan;
Zy die zelf wetten stelt den ganschen Oceaan?
Zy breit haar vleugels uit, door aanwas veler zielen,
En sleept de weerelt in, met overlade kielen.
Welvaren blijft haar erf, soo lang de Priesterschap
Den Raed niet overheert, en blindhockt met de kap.
Joost van den Vondel
Echt gebeurd , Sinterklaas in Amsterdam
Ik weet nog goed, het was in de jaren zestig,
De avond was donker, het zicht niet bestig.
Een woning 3 hoog met een zeer smalle trap.
't Was voor de Sint toch wel heel krap.
Ze zongen:"Zie de maan schijnt door de bomen",
maar het gekke was, de sint scheen niet te komen.
Nou kon dat kloppen, want Sint hing , ladderzat
klem-, hoog boven in het trappengat.
Met zijn wel zeer beneveld brein
dacht hij,dat hij op de vliering moest zijn
en ja, wat was helaas nu het geval?
De trap was daar wel hèèl erg smal.
Kinderen,ooms en tantes zongen ...en zongen,
terwijl de kleintjes zich voor de deur verdrongen.
Het zweet brak de groten aan alle kanten uit,
want nog hing de sint daar , met zijn buit.
Om een lang verhaal kort te maken:
men moet het deze sint niet laken.
Het speelde vroeger,dus na een lange, te lange werkdag,
(men had toen nog geen hulpverlening 'het Riagg')
en Sint onderweg met drank gezegend en gebrul
een ieder door mijter en habijt toen heel erg gul.
Tja en dan, wankel werd de arme man .
Daar kwam het drama "trappegat" nou van.
Enfin,provisorisch kwam daarna een andere sint
en dus werd deze door de kinderschaar bemind.
In familiekring speelde dit verhaal nog lange tijd
en zorgde dan nog steeds voor veel jolijt.
Met die sint van toen waren kinderen nog tevreden.
Wat een verschil met het feest op heden.
Er valt haast niets meer te bedenken,
Bij de nu enkel nog ( te )dure geschenken.
Mensen, jullie kunnen het anders beweren,
maar ik voor mij, zeg :
"Houd toch ook die "arme sint "in ere! "